De paradox van samen zijn

Ik hoef niet meer, dan jullie aan mijn zijde. Mijn bubbel. Jullie aanwezigheid voelen. Leeg. Onrustig. Zonder jullie.

Samen zijn. Altijd samen. Dat is wat ik wil. Dat is wat de situatie nu is.

Corona. Altijd samen zijn. In onze bubbel.

Dat is wat ik wil. Toch?

Zalig. Die bubbel. Altijd samen zijn. Een lach, een traan. Alles samen. Nooit alleen.

Nooit alleen maar toch eenzaam. Leeg. Onrustig. Zelfs met jullie aan mijn zijde.

Een gemis. Gemis dat we samen beleven. Maar toch alleen .